Praktijk voor GGZ en Mediation

ZORGPRAKTIJK ZEEUWS-VLAANDEREN

                                    DWANGGEDACHTEN EN DWANGHANDELINGEN
                                                   (Obsessieve-Compulsieve Stoornis, OCS)

INLEIDING










  • Je hebt geen verwijsbrief van de huisarts nodig en er is geen wachtlijst!
  • Verzekerde zorg: vergoeding van de (zorg)verzekeraar is mogelijk afhankelijk van de hulpvraag en diagnose
  • Tarieven vanaf € 39,00 per uur, geen eigen risico/bijdrage
  • Wanneer nodig kan je een complete behandeling in passende betalingstermijnen betalen, zonder extra kosten
  • Afspraken in de praktijk, aan huis en op locatie in de regio Hulst, Oostburg en Terneuzen van 09.00-21.00 uur.


Voor meer informatie bel 06-13476992 of stuur een e-mail (zie rubriek Contact)



UITGANGSPUNT


De obsessieve-compulsieve stoornis (OCS, ook: OCD) of dwangstoornis genoemd, is een psychische aandoening die is gecategoriseerd als een angststoornis. De oude naam van de aandoening is dwangneurose.   


Lang niet alle lijders van OCS ervaren angst. Soms kan angst ook een gevolg , en niet zozeer de oorzaak van een dwanghandeling of dwanggedachte zijn. OCS komt in verschillende vormen voor, maar het meest voorkomende kenmerk is een obsessieve drang om bepaalde handelingen uit te voeren, die rituelen worden genoemd.

De OCS-patiënt voert deze handelingen (compulsies) uit als reactie op dwangmatige gedachten (obsessies). Voor anderen lijken deze handelingen overbodig en zij hebben ook geen oog voor details, maar voor de patiënt zijn deze handelingen van vitaal belang en moeten ze volgens een bepaald patroon worden uitgevoerd om vermeende nadelige gevolgen te voorkomen.   


Voorbeelden zijn het zeer vaak controleren of een deur gesloten is of het overmatig vaak wassen van de handen (niet te verwarren met de specifieke smetvrees. Ook kan de handeling of gedachte een gevolg zijn van een sterk verantwoordelijkheidsgevoel, zoals angst om iets kwetsbaars als een kind iets ergs aan te doen. OCS komt zowel bij kinderen, adolescenten als volwassenen voor, en veel OCS-volwassenen hadden ook in hun jeugd als OCS-symptomen.



Kenmerken en Oorzaken


Psychiatrische aandoeningen zijn complex en daarom is het aanwijzen van een specifieke oorzaak meestal niet mogelijk.

Lange tijd was binnen de psychiatrie de psychoanalytische opvatting dominant dat oorzaken meestal gezocht moesten worden in de vroegere kindertijd en met name veroorzaakt werden door (verdrongen) ambivalente gedachten en gevoelens, vaak over seksualiteit.


Deze zienswijze heeft in recente decennia echter fors aan invloed ingeboet. Tegenwoordig gaat men er in zijn algemeenheid van uit dat de interactie van genetische en omgevingsfactoren de vatbaarheid voor het ontwikkelen van OCS veroorzaken.

Vanuit het standpunt van de evolutiepsychologie had steeds herhaald  of stereotiep gedrag ooit een functie om zich te beschermen tegen indringers, natuurgeweld, onhygiënische omstandigheden of gebrek aan voedsel ('hamsteren'). Het is anders gezegd een oerdrift die nog steeds diep in de menselijke genen aanwezig is.  


De meeste OCS-patiënten zijn zich er terdege van bewust dat hun gedrag niet rationeel is, maar toch blijven ze hun dwangmatige handelingen uitvoeren om te voorkomen dat ze angstig of gespannen  worden. Andere patiënten zien hun gedrag niet als uitzonderlijk en zijn daarvan ook niet te overtuigen. In dat geval is hun OCS verwant aan een persoonlijkheidsstoornis en heeft het een andere naam, namelijk: dwangmatige- of

obsessieve-compulsieve persoonlijkheidsstoornis (OCPS) en moet niet verward worden met OCS.


Er is nog een derde groep die geen dwangmatige handelingen verricht. In hun geval blijft het het ziektebeeld beperkt tot dwanggedachten.

Bij deze laatste groep komt het voor dat zich uiteindelijk toch rituelen (dwanghandelingen) ontwikkelen om de dwanggedachten te neutraliseren.


De term obsessief wordt ook in andere contexten gebruikt, vaak om aan te geven dat iemand zeer geconcentreerd of perfectionistisch met zijn taken bezig is. In dit geval is er natuurlijk lang niet altijd sprake van een stoornis. Dit is pas het geval als het obsessieve of compulsieve gedrag normaal functioneren in de weg staat. Het is ook van belang om OCS en andere typen van angst of spanning te onderscheiden, waaronder de spanningen en stress die in het dagelijkse leven kunnen voorkomen. 



Behandeling


OCS wordt meestal behandeld via een vorm van gedragstherapie of cognitieve gedragstherapie.

Soms normaliseert zich na behandeling met gedragstherapie, mindfulness oefeningen het aanvankelijk afwijkend gedrag en afwijkende hersenactiviteit. Voor de meeste patiënten geldt dat een combinatie van gedragstherapie en het gebruik van bepaalde geneesmiddelen het meest effectief is. Bij dwangstoornissen blijkt er sprake te zijn van eperientiele vermijding. Recent werd aangetoond dat ook Acceptance and Commitment 

Therapy (ACT), die zich onder meer richt op deze experiëntiële vermijding, effectief is voor OCS.