Praktijk voor GGZ en Mediation

ZORGPRAKTIJK ZEEUWS-VLAANDEREN

                                               BEROEPS- EN ETHISCHE GEDRAGSCODE

 

BEROEPSCODE










De Praktijk voor GGZ en Mediation is een contractvrije (onafhankelijk en vrijgevestigd) praktijk, maar werkt wegens de verscheidenheid aan nationaliteiten van onze cliënten, volgens de richtlijnen van erkende Europese beroepsorganisaties voor gespecialiseerde hulpverlening in de Geestelijke Gezondheidszorg GGZ, Sociaal-Maatschappelijk Werk en het Personen- en Familierecht


Denk hierbij aan o.a.:


  • The International Coach Federation, (ICF)
  • European Association for Counseling, (EAC)
  • Internationaal Privaat Recht, (IPR)
  • International Federation of Social Workers, (IFSW)
  • International Mediation Instituut, (IMI)
  • International Society of Professional Organizations of Heilpedagogues, (IGhB)
  • European Federation of Psychologists Association, (EFPA)


ETHISCHE GEDRAGSCODE

Een gespecialiseerde hulpverlener van de praktijk werkt ook altijd volgens een ethische gedragscode waarna hij of zij hulpverlening aanbiedt.

Deze code heeft grofweg zes basiselementen, denk hierbij aan:

1- Verantwoordelijkheid

Tijdens de hulpverlening moet de hulpverlener al het mogelijke doen om de veiligheid van zijn/haar cliënt te garanderen.
Uitbuiting in wat voor vorm dan ook, is nooit toegestaan. Ongeacht de setting of het behandelingstarief. De hulpverlener moet altijd werken 
volgens de hoogste ethische standaard. 

2- Anti-Discriminatieregels

De hulpverlener moet zich bewust zijn van zijn eventuele vooroordelen en stereotype opvattingen. De hulpverlener moet ervoor zorgen dat hij/zij een anti-discriminerende houding of gedrag heeft.

3- Vertrouwelijkheid

Vertrouwelijkheid en zorgvuldigheid zijn sleutelwoorden in de werkwijze van een hulpverlener. De hulpverlener moet dit op het hoogste nievea bieden, omdat hij/zij de privacy van zijn cliënten respecteert. De klachten (problemen en vraagstukken) die aan een hulpverlener worden voorgelegd zullen met de grootst mogelijke omzichtigheid worden behandeld.
De hulpverlener van de praktijk heeft in Nederland een wettelijke geheimhoudingsplicht tot een vertrouwelijke behandeling van alle informatie. Ook dient de cliënt steeds expliciet toestemming te geven voordat de hulpverlener informatie kan inwinnen bij andere personen en instanties. Hierdoor bouwt de hulpverlener de vertrouwensband op die noodzakelijk is voor een goede dienst- en hulpverlening.

 4- Contracten

De hulpverlener moet de hulpverleningsrelatie en voorwaarden -waaronder hij/zij hulpverlening aanbiedt- vooraf aan zijn/haar cliënt duidelijk maken. Bij tussentijdse verandering hiervan, moet de hulpverlener ook vooraf met de cliënt overeenstemming bereiken.

5- Grenzen

Tijdens en rond de hulpverleningsrelatie moet de hulpverlener duidelijk grenzen stellen en in acht nemen. Hij/zij moet altijd rekening houden met de effecten van overlappende, dubbele en/of al bestaande relaties.
  

6- Competenties

De hulpverlener moet al het mogelijke doen om de kwaliteit van zijn werk te controleren, zijn eigen competenties te verbeteren en om steeds binnen de grenzen van zijn competenties te werken. De hulpverlener moet regelmatig gebruik maken van geschikte supervisie en/of interventie.